VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Met de overname van Clever Fit kiest Basic-Fit alsnog voor franchise, een model dat jarenlang werd overwogen maar nooit werd uitgerold. Het jaarverslag geeft een inkijkje in hoe kapitaallicht dit model is. Tegelijk laat een fraudezaak van miljoenen zien dat deze keuze nieuwe risico’s introduceert, juist doordat de controle minder direct is.

Het openen van een sportschool vraagt een forse investering. Er moet fitnessapparatuur worden aangeschaft, een pand worden gehuurd en volledig worden omgebouwd tot sportschool, en ook de inrichting kost handenvol geld.

Basic-Fit weet daar alles van. Tien jaar geleden telde de keten nog zo’n 400 gyms, inmiddels zijn dat er ruim 2100. Daarmee is het bedrijf met afstand de grootste sportschoolketen van Europa, maar die groei vergde miljarden aan investeringen.

Topman René Moos kijkt daarom al langer naar franchise als alternatief. Dat model is volgens hem “veel minder kapitaalintensief”. Aanvankelijk was vooral het idee zelf een franchiseformule op te tuigen, maar met de recente overname van de Duitse sportschoolketen Clever Fit zet Basic-Fit direct een grote stap.

Een voorgefinancierd model  
Waar Basic-Fit vrijwel alle clubs zelf exploiteert, wordt meer dan 90 procent van de bijna 500 clubs van Clever Fit juist beheerd door franchisenemers. Binnen zo’n model ligt de kapitaallast vooral bij de lokale ondernemer. Die betaalt de opstartkosten, investeert in fitnessapparatuur en draait de club.  

De formulehouder bezit het merk en het concept, en ontvangt in ruil daarvoor vergoedingen. Uit de overnamedetails blijkt dat Basic-Fit in de toekomst zo’n 14 procent van de omzet van franchisenemers wil gaan afromen.

Wat krijgen franchisenemers daarvoor terug? Zichtbaarheid via nationale en lokale campagnes, en toegang tot de systemen en kennis van Basic-Fit.  

Maar doordat de investeringslast praktisch volledig bij de franchisenemer ligt, is het model voor Basic-Fit zeer kapitaallicht. Voor het innen van de franchisepenningen is in feite niet meer nodig dan een klein hoofdkantoor met wat computers.

Daarnaast is het werkkapitaal in de fitnesssector doorgaans negatief. Leden betalen vaak vooruit, terwijl voorraden en leveranciersposities beperkt zijn.

Uit de informatie die Basic-Fit over Clever Fit geeft, blijkt dat franchisenemers hun vergoedingen bovendien snel afdragen. Ook bij Clever Fit is het werkkapitaal daardoor negatief. Het operationele kapitaalbeslag van een franchisemodel kan daarmee zelfs licht negatief uitvallen. Een belangrijk deel van de investeringen wordt in feite gedragen door de franchisenemers. Wie de details van de jaarrekening van Basic-Fit erbij pakt, ziet de verschillen duidelijk terug.

Overnameprooi Clever Fit heeft bijna 500 aangesloten sportscholen, maar er staat slechts 10 miljoen euro aan harde activa op de balans. Die post heeft met name betrekking op de enkele tientallen sportscholen die Clever Fit wél in eigen beheer heeft.

In perspectief: Basic-Fit had voor de overname zo’n 1660 sportscholen. De prijs daarvan zien we duidelijk terug op de balans, daar staat ruim 1,3 miljard euro aan geïnvesteerd kapitaal voor clubinrichting en fitnessapparatuur.

Een vergoeding afromen is veel minder kapitaalintensief dan het daadwerkelijk runnen van sportscholen

Bron: Jaarverslag Basic-Fit, berekening VEB. Bedragen in miljoenen euro. Geïnvesteerd kapitaal is exclusief leases en immateriële activa ontstaan uit overnames.

Fraudegeval legt risico’s direct bloot
Tegenover die kapitaalvoordelen staan wel serieuze risico’s. De houder van de franchiseformule geeft de operationele controle immers voor een belangrijk deel uit handen.

Basic-Fit voelde dat risico meteen. In het recent gepubliceerde jaarverslag meldde het concern een fraudegeval bij een Duitse vestiging van Clever Fit. Via een zogenoemde ‘social engineering scam’ vloeide ruim vier miljoen euro zonder toestemming uit het concern weg. Nadere details over de werkwijze van de fraude ontbreken in het jaarverslag.

Moos gaf aan dat Basic-Fit probeert dat bedrag terug te halen en dat het risico op herhaling inmiddels is afgedicht. Maar de les is helder. Controle houden over clubs die door anderen worden gerund, is moeilijk en vraagt om sterke interne risicobeheersing. Juist daar heeft Basic-Fit nog geen enkele ervaring mee.

Daar komt nog een risico bij: franchisenemers kunnen ontevreden raken en overstappen naar een concurrerende formule die meer oplevert. Zo schat Basic-Fit dat de ombouw van één Clever Fit-sportschool naar een deels of volledig Basic-Fit-concept zo’n 125 tot 250 duizend euro per club gaat kosten. Dat laat meteen zien waar het risico zit: voor het behoud van leden en nieuwe aanwas is de formulehouder, Basic-Fit, afhankelijk van ondernemers die zelf bereid moeten zijn de portemonnee te trekken.

Vanuit dat perspectief valt het op dat Sloveense media begin dit jaar meldden dat zo’n vijftien Clever Fit-sportscholen in Slovenië zijn omgedoopt tot de formule ‘Shape House’. Het is niet duidelijk of de betreffende clubs alweer door Basic-Fit zijn verkocht, of dat de franchisenemers voor een andere richting hebben gekozen. Moos gaf hierover tijdens de jaarcijferpresentatie geen nadere toelichting.

Beleggers zullen moeten wachten tot de aanstaande Capital Markets Day op 21 april. Daar zal het concern duidelijker aangeven welke groeivorm Basic-Fit voortaan vooropstelt: het kapitaalintensieve model van clubs in eigen beheer, of de lichtere maar zeker niet risicoloze route van franchise.

Overnamepremies zijn niet kapitaallicht 

•    Dat een franchisemodel weinig kapitaal vraagt, betekent niet dat de overname van Clever Fit zelf ook kapitaallicht is. Basic-Fit betaalde immers circa 160 miljoen euro voor de Duitse keten. De waarde van dat lichte model is dus direct afgerekend in de vorm van een dikke overnamesom.

•    Dat zien we terug in de koopprijsverdeling. Die bestaat vrijwel volledig uit zachte activa. Het meest in het oog springt de post ‘franchiseconcept’, dat voor bijna 90 miljoen euro in de boeken komt. Daarin zit de waarde van het concept en de contracten met franchisenemers verpakt. Daarnaast ontstaat ongeveer 80 miljoen euro aan goodwill, in feite een restpost die gelijk staat aan het verschil tussen de koopprijs en de reële waarde van alle aangekochte activa en passiva. De bedoeling is dat Basic-Fit de volledige premie gaat terugverdienen, de overname moet immers renderen. 

•    Maar door zo’n 170 miljoen euro boven op de tastbare waarde van Clever Fit te betalen, wordt het rendement op de overname fors omlaag geduwd naar ongeveer 8 procent. Dat is toch echt wel het minimale rendement dat je zou willen zien op een dergelijke overname. Vallen winsten iets tegen, dan is een afboeking onvermijdelijk.  

•    Natuurlijk kunnen mogelijke synergieën de deal in de toekomst aantrekkelijker maken. Maar de boodschap is helder: franchise is niet kapitaallicht meer als je een dikke overnamepremie moet betalen.  

 




Gerelateerde artikelen